michielv
kajakjogger on http://www.start2paddle.n
|
gepost door: michielv op 29/12/04 09:03 |
|
 |
Helaas zonder de mooie foto die wel in de krant stond:
29-12-2004
Kanovaarders met ballen
Door Willemijn van Lare
Ze zijn de besten in hun sport, maar staan zelden of nooit in de belangsteling. Vandaag deel 3 van een serie over onbekende kampioenen: het Nederlands kanopoloteam dat deze zomer in Japan wereldkampioen werd.
Tijdens een wedstrijdje kanopolo varen de deelnemers regelmatig met hun kano's over elkaar heen of onder elkaar door. Vaak gaan spelers met boot en al kopje onder om vervolgens op eigen kracht weer boven water te komen. Een kanopolospeler moet daarom naast kracht en een goede conditie ook flink wat lef hebben.
Een gevaarlijke sport? Nee, vindt Michiel Schreurs, aanvoerder van het Nederlands kanopoloteam dat dit jaar in Japan wereldkampioen werd. "Op wat kapotte vingers en schouders uit de kom na, valt het allemaal best mee", vertelt de 24-jarige inwoner van Deventer.
Vroeger was dat anders. Toen mocht de bal nog met de peddel het doel ingeslagen worden. Maar niet alleen de bal werd geraakt, ook de tegenstander kreeg er vaak flink van langs. Begin jaren 90 werden daarom internationale regels opgesteld die de sport een stuk veiliger moesten maken.
"Je onderlichaam wordt sowieso beschermd door de boot", legt Schreurs geduldig uit. "Spelers dragen een verstevigd zwemvest en een helm met gezichtsbeschermer. Tegenwoordig is de punt van de boot ook niet meer scherp, maar rond. Bovendien zit er een rubberen kap op."
Ondanks deze maatregelen blijft kanopolo een ruige contactsport en moet het materiaal van een speler regelmatig vervangen worden. "Een kano, die tussen de 1000 en 1500 euro kost, gaat hooguit twee jaar mee", schat Schreurs. "Een peddel (een paar 100 euro) slechts een jaar. Daarbij komen nog de kosten voor bijvoorbeeld kleding." Grootste kostenpost voor de kanopolospelers is echter het bedrag dat ze kwijt zijn aan de reizen naar de buitenlandse toernooien. Alle teamleden van Oranje betaalden zelf 1500 euro voor de trip naar het WK in Japan. Schreurs: "Als wereldkampioen krijgen we nu wel regelmatig startgeld, maar verdienen doen we er nooit aan." Binnenkort staat een volledige betaalde trip naar Iran (bepaald geen grootheid binnen het kanopolo) op het programma, mits dat land de begroting en alle papieren rondkrijgt.
Het Nederlands team ging door de Europese titel van 2003 deze zomer als favoriet naar Japan, hoewel nog nooit een Europees kampioen het daaropvolgende jaar de wereldtitel had gewonnen. "We hadden echt last van die favorietenrol. We hebben het ons moeilijker gemaakt dan nodig was", verklaart Schreurs, die net als de meesten van zijn collega's ooit begon met vlakwaterkanoën. "Hielden we het de hele wedstrijd spannend en wonnen we met één punt verschil. Als we echt op de top van ons kunnen hadden gespeeld, was het verschil veel groter geweest."
Tot een jaar of vijf geleden was het team van Rijnland uit Leiderdorp toonaangevend in Nederland, maar op internationale kampioenschappen konden dezelfde spelers dat in Oranje niet in prijzen omzetten. Dat Nederland de laatste jaren wel alle hoofdprijzen binnensleept in het mondiale kanopolo heeft vooral te maken met een drastische verandering van speelstijl. Werd vroeger een wedstrijd beslist door sprintjes naar het doel, tegenwoordig speelt Oranje vooral op kracht en uithoudingsvermogen, net als het team uit Deventer dat momenteel de basis vormt voor het nationale team. Schreurs: "We spelen op techniek en power en hopen dat de tegenstander vermoeid raakt. We trainen 15 tot 20 uur in de week. Vier maal in de kano op tactiek, snelheid, wendbaarheid en techniek en we doen drie keer aan krachttraining."
Die verandering in aanpak heeft veel te maken met de coach van de ploeg uit Deventer, Martin van Arkens. "Een heel bevlogen trainer", typeert Schreurs hem, "die ons heeft geleerd dat we onze sport professioneler moesten aanpakken."
Voor Schreurs, zesdejaars student technische bedrijfskunde in Enschede, betekent het dat de sport nu even voor alles gaat, ondanks de nadelen die daar aan kleven.. "Ik heb nu wel een studieschuld en maatschappelijk heb ik er ook niet zo veel aan." Ook alle andere spelers hebben hun werk of studie afgestemd op het kanopolo. "Je moet veel vrij kunnen nemen en niet hoeven overwerken", valt teamgenoot Hagen Oligmüller Schreurs bij. "En dat dat voor een sport als kanopolo is, tja, dat moet je wel even uitleggen."
Beide spelers gaan in elk geval door tot 2006, wanneer het wereldkampioenschap op de Bosbaan wordt gehouden. Waarom in Amsterdam, en niet in Deventer, het kloppend hart van het Nederlandse kanopolo? "In Deventer is sowieso niet genoeg ruimte voor vier speelvelden. Bovendien, onze haven staat in verbinding met de IJssel. Het peil van het water kan soms wel vier meter verschillen." |
 |
| If you make a boat and it floats pretty well, I'd say that's a damn good canoe |
|